Ook hier staat een goede communicatie en relatie met je hond centraal. De positieve training wordt voortgezet door middel van de clickertraining. Dit brengt rust en daarmee duidelijkheid naar de hond. In feite is de hond met jou bezig. Hij probeert je te laten clicken. Wij spelen het zo slim, dat we daarmee zijn gedrag vormen. Naast de clicker starten we met beginnend apporteren. We leren meteen dat het belangrijk is de hond in het apporteerwerk een spel te laten zien. Maar tegelijkertijd hebben wij de leiding. Uiteraard komen ook verdere basisoefeningen aan bod. Natuurlijk leren wij ook in de juniortraining uw hondje de oefeningen spelenderwijs aan. Het is belangrijk samen plezier te hebben in de training. U staat er van versteld hoe graag uw hond voor u wilt werken als de training leuk is.
Bij de Exarcio hondenschool kun je alleen aan de juniortraining deel nemen als je hond minimaal 13 weken is en een vooropleiding heeft gehad die minimaal gelijk is aan onze puppydoll.
Einddoel Juniorcrash
Aandacht vragen: op het commando "let op" of de naam van de hond, moet de hond, ook als we achteruit bewegen, naar ons kijken en mee lopen.
Clickertraining: de baas moet de clickertraining begrijpen en kunnen toepassen. Hij moet minimaal één kunstje naar eigen keuze hebben aangeleerd met de clicker.
Targettraining: de hond moet op het commando "touch" een targetstick kunnen aanraken en volgen. Hij moet een riem kunnen aanraken, die op de grond ligt. Targettraining wordt met de clicker aangeleerd.
Vast volgen: de hond moet links volgen zonder strakke lijn, inclusief bochten, met aandacht voor zijn baas. Het commando is "volg".
Rally-O: de combinatie moet de Rally-O oefeningen 1 t/m 19 beheersen.
Lichaamscontrole: de trainer mag de hond betasten, waarbij de houding van de hond niet is voorgeschreven. De baas kan de tanden bekijken en aanraken. De baas kan voetzolen, staart en buik controleren terwijl de hond ligt. De hond begrijpt het commando "plat". Dit alles op eenvoudige wijze zonder druk.
Naast: de hond moet op het commando "naast" links naast de baas gaan zitten, daarheen lopend voor de baas langs.
Blijven zitten of liggen: de hond moet op commando gaan zitten of liggen, "zit" of "down", en blijven liggen, "blijf", terwijl de baas een halve cirkel op 3 mtr afstand om hem heen loopt.
Staan: de hond moet op het commando "staan" (met handgebaar) gaan staan.
Komen op bevel: de hond moet komen op het bevel "hier" of het fluitsignaal "tuut, tuut, tuut" over een afstand van tenminste 10 mtr. Het bevel moet zowel vocaal als met de fluit kunnen worden gegeven Lichaamstaal, zeker bij het netjes voor komen zitten, is toegestaan (zelfs wenselijk).
Relatie: de baas moet met de hond kunnen spelen en oefeningen als de tunnel, lage sprongen, puppy walk, en springen op lage tafel kunnen uitvoeren. De hond mag geen angst tonen en moet duidelijk plezier hebben in wat zij samen doen.
Spelend apporteren:
baas en hond moeten samen een speeltje kunnen halen en de hond moet bereid zijn dit af te geven (ruilen voor een brokje?). Commando's "Los" en "vast" begrijpt de hond. Eventueel mag het speeltje aan een touw.
Commando's: de baas moet voor ieder commando een lichaamstaal alternatief kennen, aangezien hij daarmee de hond het commando in oorsprong heeft aangeleerd. Alle vocale commando's mogen (is zelfs wenselijk) ondersteund worden met de bijbehorende lichaamstaal.
|