| Fietsers en joggers als prooi |
|
Met dit mooie weer trekken we er extra vaak op uit. Heerlijk met de honden dollen in het bos. Het is er druk. Hele families zijn met de fiets op stap. Jong en oud krikken al rennend hun conditie op. Natuurlijk trekt al die activiteit de aandacht van onze hond. Minder leuk wordt het als die zich stort op alles wat beweegt. Aan de lijn valt hij uit en eenmaal los achtervolgt hij zijn prooi.
De jacht Beweging maakt oerinstincten wakker in onze hond. De hond ziet dingen die bewegen vele malen beter als wij. Stilstaande objecten ontgaan hem juist. Dat heeft alles te maken met zijn verlangen naar de jacht. Van wegrennend konijn tot soms zelfs auto’s roepen de motivatie om te jagen op. Het ergste wat ik heb gezien, is de hond die treinen achtervolgde en de hond die probeerde rijdende auto’s in de banden te bijten. Dit jachtgedrag wordt nog aanzienlijk versterkt als meerdere honden in die praktijken samengaan. Als ze eenmaal samen op jacht gaan achter schapen of koeien of het bange hondje van de buren, gaat er zeker bloed vloeien. Onze lieve troeteldieren worden wolven. Maar ook op meer onschuldige wijze vallen er slachtoffers; de kuiten van een fietser of een trimmer zijn een geliefde prooi. Meeblaffen Gelukkig onderscheiden de meeste honden de echte prooi van al die andere bewegende doelen. Veelal is het achtervolgingsgedrag juist aangeleerd en had dus best voorkomen kunnen worden. Als de baas leiding geeft, zal een ander lid van de roedel de jacht niet inzetten. Helaas versterken wij juist vaak de ingezette achtervolging. Op de achtergrond hoort de hond zijn baas schreeuwend toch bevestigen. Die ‘blaft’ immers net zo opgewonden met hem mee. Succes is altijd verzekerd. Op zijn minst jaagt hij zijn prooi op de vlucht en soms heeft hij zelfs beet. Schoppend vanaf zijn fiets gaat de prooi in verzet en versterkt de motivatie om stevig vast te houden. Alle ingrediënten van deze sport versterken zijn gedrag. Ben de jacht voor Voorkomen is beter dan genezen. En dat begint al jong. Als de pup in huis komt, dient hij zo snel mogelijk geconfronteerd te worden met alles wat beweegt. Van trein tot auto, van fietser tot konijn. Al vroeg gaan we rustig eendjes kijken. De pup leert dan al jong dat die bewegende zaken ook voor ons geen prooi uitmaken. We laten hem rustig kennismaken, maar vastpakken is er niet bij. Later is het wezenlijk dat we leiding geven. Wij bepalen waarom en wanneer er gerend moet worden en natuurlijk hebben we onze hond het commando ‘nee’ of ‘hier’ geleerd, zodat we hem kunnen stoppen op een ingezette actie. Tijdens de wandeling zijn we altijd met onze hond bezig. We laten hem apporteren, verstoppen ons of spelen op een andere manier. Hij mag ons of de bal zoeken en daar zijn lusten tot de jacht op botvieren. Echt jagen op konijn of ree is natuurlijk uit den boze. Als wij geen zin meer hebben om te spelen, gaat de hond gewoon aan de lijn. Toch nog mis? Als alles is misgegaan moet er therapie aan te pas komen. We dagen hem uit tot jaaggedrag, maar elk daartoe ingezet bewegend doel stopt en nadert hem als hij de achtervolging inzet. Een fietser komt voorbij, maar stapt ogenblikkelijk af als de hond hem na wil jagen. De prooi vlucht niet meer. En als een prooi niet vlucht is het voor de hond geen prooi. De begeleiding van een gedragstherapeut is daarbij van belang. Hij kan aan de hond zien hoe ernstig het is en waar de gevaren schuilen. Juist als de hond dit prooigedrag vertoont is het van belang elke jacht te voorkomen. Lekker struinen in het bos is voor deze hond funest. Hij moet, ook los, in de buurt van zijn baas blijven. In het bos zijn we dus continu met hem bezig. Maar houdt de hond aangelijnd als de kans bestaat dat hij gaat jagen omdat hij niet meer onder appel staat. Ben je tijdig bewust van iedere potentiële prooi. Misschien kun je hem nog van zijn fout weerhouden voordat hij de achtervolging heeft ingezet. De baas zijn of worden is essentieel. Ben leuker dan een eventuele prooi. Een hond gericht op jou, ben je zelden kwijt…… |