| Kind en hond in huis |
|
Vijftien nietjes Pas toen de dierenarts hem in had laten slapen, zagen ze de 15 nietjes in zijn oren. Pas bij het vijftiende nietje had hij van zich afgebeten. Zo extreem is zeldzaam, maar toch … Kind of pup Kind en hond begrijpen elkaar niet. Kinderen beschouwen de hond vaak als een levende knuffelpop. Er valt van alles aan te ontdekken, je kunt er mee spelen en je kunt er heerlijk warm tegen liggen slapen. De hond is echt helemaal van jou. Voor de hond is het natuurlijk heel anders. Het mensenkind is voor hem een pup. Een pup mag alles tot een bepaalde leeftijd. Bij hond en wolf is dat rond de 16 weken. Daarna worden de pup de samenlevingsregels, de rangorde, bijgebracht. In een wolvenroedel gaat dat hardhandig, maar wel heel duidelijk. Een pup die zich niet aan zijn roedelgenoten overgeeft, wordt gedood. Het leven in een wolvenroedel is simpel en eenduidig. Voor een hond in een mensenroedel is het heel wat moeilijker. Het mensenkind blijft in het gezin wel erg lang pup. Het duurt jaren. Het kind wordt continu beschermt tegen opdringerige roedelgenoten. Wordt dat kind dan nooit volwassen? De laagste rang? De hond heeft de laagste rang in huis. Toch? Dat lees je overal. Helaas de praktijk is anders. Geen hond ziet tegen kleine kinderen op. Kinderen laten ook helemaal geen hoge rang zien. Ze kruipen en spelen net als de hond op de grond. En vooral kruipen is voor de hond een teken van onderwerping. Kinderen lopen altijd naar de hond toe en tonen daarmee opnieuw een lage rang. Ze liggen naast hem op de grond en soms zelfs in zijn mand. Ze halen hem aan als hij daarom vraagt en hun speelgoed slingert rond en wordt zelden verdedigd. Nee, voor de hond zijn onze kinderen gewoon niet meer dan leuke, maximaal gelijkwaardige speelkameraadjes. Juist in het spel test een jonge hond zijn rangorde. En als het kind geen pup meer is, leert de hond het kind toch gewoon ook zijn plaats. Voor een hond is een kind altijd de laagste in rang. Als de ouders aanwezig zijn en het kind in bescherming nemen, accepteert een hond tijdelijk wel een lagere rang. Maar moeilijk vindt hij dat wel. Dat zal hij recht zetten, zo gauw hij kan. Is hij weer alleen met het kind, dan moet hij het kind zijn plaats wel bijbrengen. Dat gaat vaak wat hardhandig. Tot zover en niet verder Gelijkwaardig of lager in rang zijn, is geen probleem als onze kinderen maar begrijpen dat er grenzen zijn. De meeste honden incasseren veel. Erg veel. Vaak kunnen ze maar niet besluiten of het kind nog steeds als pup gezien moet worden of niet. Zij zijn sociaal, vriendelijk en tolereren alles. Kinderen trekken aan hun haren, staart, prikken met hun vingers naar de ogen of in hun neus. Ze klimmen op hun hond om ergens bij te kunnen of leren lopen door zich aan hem op te trekken. Maar al te vaak wordt de hond er nerveus of bang van. Soms wil hij alleen maar met rust gelaten worden. Hij staat op en loopt weg. Dat is voor menig kind opnieuw een uitdaging. Ze gaan de hond achterna en hij wijkt naar zijn mand. Maar ook daar is hij niet veilig. Hij kijkt heel nadrukkelijk weg, waarmee hij zegt: “laat me a.u.b. met rust”. Geen kind die dat ziet en dan ophoudt met zijn opdringerig gedrag. Vele signalen volgen. Maar ze worden niet gezien. Uiteindelijk gromt de hond en daarmee zegt hij eigenlijk niets anders dan ‘voor de laatste keer, donder op’. Als het kind dat doet is het gevaar voor escalatie wel voorbij, maar de hond heeft nu wel geleerd dat alleen grommen werkt. De volgende keer zal hij de andere signalen weglaten. Die horen / zien ze immers toch niet. Negeert het kind ook het grommen nog als waarschuwing, dan rest de hond weinig anders dan snel een korte beet. Dat willen we toch niet laten gebeuren? Wel…? Huisregels Er zijn dus huisregels. Voor het kind betekent dit een absoluut verbod om in de mand of bench te komen. De hond moet een plek hebben om zich veilig voor het opdringerige kindergedrag terug te kunnen trekken. Het kind blijft weg van zijn eten. Het is onnatuurlijk dat een hond van zijn voer moet wijken voor een ranglagere. Natuurlijk gaat een kind nooit naar de hond toe, maar leert de hond te roepen. Het kind aait de hond altijd onder de kin of op zijn borst, niet tegen de haren in en gaat niet over hem heen hangen. Een kind trekt niet aan oren, staart of andere lichaamsdelen en prikt niet naar neus en ogen. En hoe moeilijk ook, speelgoed mag niet op de grond blijven slingeren, want wat taboe is voor de hond moet ook niet continu en overal een uitdaging vormen. Al lijkt een hond de hem opgelegde lage rang te accepteren, de kans is groot dat hij daaraan twijfelt zo gauw de volwassenen niet aanwezig zijn. Als hij zijn rangorde t.o.v. de kinderen zou willen testen, zal hij dat alleen maar doen in hun afwezigheid. Je weet maar nooit…. Dus laat kind en hond nooit alleen, ook niet voor een paar minuten. Zo laat een kind de hond ook nooit alleen uit. Een hond aan de lijn bij een kind, heeft de plicht die lagere in rang te verdedigen. Zijn agressiviteit stijgt enorm en het kind zal de hond niet kunnen houden. De helft van alle bijtincidenten betreft kinderen. Uw kind hoeft daar echt niet bij te zijn. Dat zou je jezelf toch nooit vergeven….. |