| Hond en kind op straat |
|
Je kent het wel …. Speels, vrolijk springend dendert een prachtige hond op je af. Hij lijkt niet te remmen. Net loopt hij langs je heen om weer om te draaien. Dan komt hij naar je toe en springt op om te kijken wat je in je handen hebt. Een vrolijke lik door je gezicht stel je toch niet echt op prijs. Of die donker ogende hond, die al van verre zijn baasje bijna omver trekt. Fier met donkere ogen kijkt hij je aan en je prijst je gelukkig dat de lijn het houdt. Enigszins versnelt loop je door en achter je hoor je een grom. Een rilling loopt over je rug. Het zal je kind maar zijn die zo’n ervaring moet ondergaan. Gelukkig zijn er veel eigenaren die hun hond op een normale manier aan de lijn houden of simpelweg hun speelse hond terugroepen voordat hij iemand plat walst. Gewoon een kwestie van controle en een beetje training. Bang of juist niet? Anderhalf miljoen honden in Nederland. En 50.000 bijtincidenten per jaar. Je kunt er niet omheen. Sommige kinderen worden vertederd door vooral die leuke, kleine honden. Andere kinderen zijn er bang voor. De meeste honden echter, vinden kinderen erg leuk. De kinderen rennen en roepen. Ze spelen met ballen en met stokken. Soms lopen ze met een lekkere boterham in hun hand. Met gemak rennen ze de kinderen eruit en springen om hen heen. Ze pakken stok of bal. Ze dagen uit tot spel. Helaas zelden begrijpen hond en kind elkaar. Als de kinderen hun hand met stok of bal omhoog steken, voelt de hond zich uitgenodigd op te springen. Als een kind wegrent, kan de hond die uitdaging tot de jacht niet weerstaan. Hij wil spelen en kent zijn eigen krachten niet. Een hond aan de lijn voelt zich niet vrij en neemt soms een verdedigende houding aan. Hij blaft of gromt. Als een hond niet geaaid wil worden, kijkt hij weg. Wie ziet dat nou? Soms is de hond ook bang, zijn staart is laag en gespannen. Dan wil hij met rust gelaten worden. Een hond recht in zijn ogen kijken, is een uitdaging tot spel of agressie waarop de hond wel moet reageren. Als een kind zich met een hond moet meten, is het kind al snel de verliezer. Regels dus, ook op straat…. En wel voor beide. Regels voor een kind Regels voor een kind, maar misschien ook wel voor ons volwassenen. Kijk een hond niet recht in de ogen. Kijk naar zijn staart. Kwispelt die op een ontspannen manier, dan is het vast wel goed. Vraag altijd eerst aan de eigenaar of de hond geaaid wil en mag worden en loop niet zomaar naar de aangelijnde hond. Hij kan immers niet weg. Natuurlijk is de hond op straat aan de lijn. Maar op het uitlaatveld ontmoeten hond en kind elkaar ook los. Ook dan gaat het kind nooit naar de hond toe en gedraagt zich rustig. Sta stil. Houd je handen laag en kijk de hond niet in zijn ogen. Laat de hond bij je komen. Komt hij niet dan wil hij niet. Aai de hond alleen als hij het wil. En aai hem niet over zijn bol. Hij ervaart dat als dominantie. Kriebel onder kin of op de borst en strijk niet tegen de haren in. Daag de hond niet uit door te rennen, schreeuwen of het commanderen van de hond. Gromt of blaft de hond, dan kijk je van hem weg. En gooi maar liever niet met stokken. Een stok ruw uit je hand gegraaid, gaat al snel gepaard met een pijnlijke hand. En ook de hond verwondt zich al te makkelijk aan een wat onhandig gegooide stok. Regels voor hond en baas Natuurlijk heeft de baas zijn hond onder controle. Aan de lijn of los, het maakt niet uit. Een hond hoort niet te grommen, te blaffen of te bijten naar mensen op straat. Maar ook speels, lomp gedrag is uit den boze. Als het daarop gaat lijken, dan hoort een hond op het eerste bevel van zijn baas terug te komen. Zie je mensen, die bang zijn voor een hond, roep je hond dan bij je. En natuurlijk is het moeilijk om de hond het gooien van een bal of stok door anderen te onthouden. Maar stel je voor, dat in de competitie strijd, een kind de dupe wordt. Houdt het bedelgedrag van je hond onder controle, want een duw van een grote hond is voor een kind al snel te veel. Zijn er fietsers in de buurt, dan hoort je hond stil te zitten of naast je te komen staan. Het is toch allemaal gewoon fatsoen. Niet alle honden zijn hetzelfde Net als kinderen zelf, zijn niet alle honden hetzelfde en niet alle honden even goed opgevoed. Een kwart van de bijtongelukken wordt veroorzaakt door vreemde honden. Geen reden om bang voor honden te zijn. Wel om onze kinderen duidelijk te maken wat ze wel en niet van een vreemde hond kunnen verwachten. Een bijtincident hoeft daar niet bij te zijn. |