| Eten zonder problemen |
|
Agressieve eter Hij kwam, zag en overwon. Het was niet eens een grote hond. Een Cocker Spaniël. Hij wist het precies. Zijn eten kwam er aan. Alsof hij de klok kende. Ze waren ook liever niet te laat, want dat liet hij zeer driftig merken. Ze konden zelf echt niet eerst gaan eten. Terwijl ze de bak vulden, sprong hij tegen hen op. Hij griste hen de bak bijna uit de handen. Hij gromde al enigszins binnensmonds. Zo gauw de bak op de grond stond ging hij er dreigend voor staan, en zijn baas deed bijna automatisch snel een stap achteruit. Je zou verwachten dat hij snel en schrokkerig zou eten, maar dat was niet het geval. Je hoefde echter je hand niet uit te steken. Al bij een simpele stap voorwaarts, gromde hij vervaarlijk. Als je ver genoeg wegbleef, at hij op zijn gemak. Ze lieten hem eten in de garage, alleen … Een slechte eter Het was een heel ritueel. Zorgvuldig werd aangekondigd dat zijn eten vandaag wel erg lekker was. Het was een Shelty die niet te dik was, maar zeker ook niet te mager. Eigenlijk zaten ze zelf nog aan tafel. De aardappelen en jus waren nog warm. Hij kreeg zijn normale brokken. Die lustte hij eigenlijk niet. Er werden wat aardappelen fijn gemaakt en met jus door de brokken gemengd. De bak werd op de grond gezet en de Shelty gehaald. Uit zichzelf kwam hij niet. Hij liep langs de voerbak, haalde zijn neus op en ging er langs liggen. Snel kwam er nog wat extra jus. Daarvoor wilde hij wel opstaan en rustig likte hij de jus van de brokken. De baas zat er naast en voerde hem bijna uit pure bezorgdheid. In de natuur In de natuur ligt het niet zo voor de hand. Samen met je roedel ga je op jacht. En dat is werken. Helaas niet altijd met succes. De prooi heeft kansen genoeg te ontsnappen. Soms lukt het dagen achtereen niet. Als er een prooi te grazen genomen is, is het zaak zo veel mogen te eten. Liefst het beste stuk van de prooi. Kieskeurig kan niet, want er is zelden genoeg. Aangezien de wolven hoog in rang, ook de beste capaciteiten bezitten om te jagen en de roedel te beschermen, is het logisch dat zij het beste deel van de prooi krijgen. Hen kun je immers niet missen. Die onmisbare rangorde regelt dit feilloos. En het is dus wachten op je beurt. In de mensenroedel Het ergste is dat een hond in een mensenroedel zelden hoeft te werken. Gelukkig hebben de meeste van ons voor vervangende activiteiten gezorgd. Ze fietsen, wandelen en doen met hun hond aan sport. Is dat niet het geval dan wordt alles al snel anders. De honden hebben zelden echt honger. Toch vertelt hun natuur hen zo snel en veel mogelijk te eten. Ze eten om te eten en kunnen niet stoppen. Menig hond is dan ook veel te zwaar. Zo baas, zo hond. Ze weten dat er twee keer per dag eten uit de lucht komt vallen. Ze hoeven er niets voor te doen. Ze zijn er klaar voor. Daarbij komt dat de rangorde zelden duidelijk is. En het zijn ook lekkerbekken.De hond is een opportunist en accepteert zijn hoge positie me veel verve. Hij verwacht gewoon dat er eten is. Komt het niet op tijd dan roept hij wel. Veel hondjes zijn intelligent genoeg om de baas ook nog te leren wat lekker is en wat niet. Door niet te eten wordt er door overbezorgde bazen wel voor lekkere toevoegingen gezorgd. Een kwestie van geduld hebben. Brood met paté of jus over de brokken hebben ze hun baas snel geleerd. De hond is koning… niet toch. Regels voor de maaltijd Om de hond te laten eten zonder problemen is het zaak de rangorde duidelijk te hebben. Verder moet het niet logisch zijn dat de maaltijd er altijd is. Dus vaste tijden zijn niet nodig. Je mag een maaltijd gerust één of twee keer overslaan. Geef gewoon brokken zonder enige toevoeging. Het gaat om voeding en niet om een gezellig samenzijn. Maak je rangorde duidelijk door te laten zien, dat jij het eerste eet en dat de hond pas daarna komt. Blijft hij niet rustig wachten tot hij aan de beurt is, zet het voer dan weg en negeer hem tot hij rustig is. Desnoods wacht je een dag. Laat hem zitten en wachten totdat je rustig de voerbak op de grond hebt kunnen zetten. Geeft hem dan het commando dat hij mag gaan eten. Vervolgens laat je hem in rust eten. Stopt hij met eten dan haal je een eventueel restant weg. Je laat het eten niet staan, want daarmee maak je alleen maar duidelijk dat hij over het eten kan beschikken en dus de hoogste is in rang. Veel meer dan vijf minuten heeft hij meestal niet nodig. De slechte eter, gaat wel eten als hij honger krijgt. Een hond is te dik als je zijn ribben niet goed kunt voelen. Een hond is zelden te mager, maar moet er niet uitzien als een wasbord. De verdediger van de voerbak, moet op meerdere manieren geleerd worden dat hij niet zo’n hoge rang heeft. Als het probleem groot is, dan geef je hem zijn voerbak met slechts een paar brokken. Telkens gooi je er wat bij. Doet hij moeilijk, dan vertrek je. Hij leert al snel dat hij toch van jou afhankelijk is wat zijn eten betreft. En eet hij schrokkerig… maak je geen zorgen. Een hond hoeft niet te kauwen om het verteringsproces op gang te brengen. De natuur heeft hem zo gebouwd, dat hij snel en veel kan eten. Wij hebben daar kaarslicht, romantiek en tijd voor nodig. |