| Een deemoedsplasje! |
|
Blijdschap niet voor twee. Je komt thuis en vol blijdschap kwispelend staat hij aan de deur. De kleine pup is duidelijk blij dat je er weer bent. Je weet het al. Dat wordt weer plassen. Haastig duw je hem van de mat. Het plasje vormt zich gelukkig op de tegels. Zijn blijdschap deel je niet en mopperend haal je een doek. Onderdanigheid Honden nemen een lage lichaamshouding aan om aan te geven dat zij zich in een ondergeschikte positie bevinden. Deze houding vertonen ze zowel ten opzichte van andere honden als van mensen. Soms volstaat dit lage gebaar niet en moet een hond overgaan tot nog meer vertoon van onderworpenheid. Hij gooit zich op zijn rug, biedt heel kwetsbaar zijn buik aan. In uiterste onderdanigheid laat hij zijn urine lopen. Dit gedrag zien we meestal bij zeer sterke dreiging of te hard spel bij een gevoelige hond. Voor pups is het echter vrij normaal om hun onderdanige positie aan te geven door meteen, staand, een klein plasje te doen. Dat gebeurt wanneer ze een volwassen hond ontmoeten die hem misschien wat opdringerig benaderd of wat hardhandig speelgedrag vertoont. Het komt echter heel vaak voor als de eigenaar thuis komt en zijn hondje vrolijk begroet. Naarmate zo'n pup ouder wordt en wat meer zelf vertrouwen krijgt, vermindert het onderdanige gedrag. Tenminste, als alles loopt zoals het hoort. In ieder geval nooit straffen of mopperen Door te plassen geeft het hondje aan dat hij zijn meerdere erkent. Hij hoopt met zijn gedrag duidelijk te maken dat hij respect heeft voor zijn baasje. In feite kan hij het niet duidelijker zeggen. Bestraffend toespreken of mopperen heeft dan ook een averechts effect. Hij kan alleen met nog meer plassen reageren. Vaak ziet de pup al aan zijn baas, die het plassen verwacht, dat hem wat te wachten staat. Hij weet niet waarom, maar wil zijn baas bij voorbaat vertellen dat hij zijn positie absoluut niet zal betwisten. Hij moet zijn onderdanigheid tonen: ja, door te plassen. Soms is een pup zo gevoelig dat alleen het dominante over hem heen buigen of aaien over zijn bol, voldoende zijn om een deemoedsplas te laten lopen. Een deemoedsplas is een teken van onderwerping en dat wordt juist door onze uitbundige begroeting opgeroepen. Het heeft niets met zindelijkheid te maken en wordt niet door de blijdschap zelf veroorzaakt. Maar we willen er toch van af Het beste kunt u op momenten van begroeting de hond negeren. Kijk hem niet aan, praat vooral niet tegen hem en loop gewoon door. Pas wanneer de grootste blijdschap over de terugkeer voorbij is, kunt u uw hond begroeten. Maar dan wel met de nodige voorzorg en niet nadrukkelijk: kijk hem dus niet aan en aai hem niet in de nek, maar kriebel hem slechts heel eventjes licht op de borst. Vooral niet te lang om de behoefte tot het doen van een deemoedsplasje te voorkomen. Straal rust en vertrouwen uit. Als de rust is weergekeerd, rol je een balletje over de grond en leidt hem af van jouw dominante positie. Het hondje leert snel dat er van zijn baas geen bedreiging uitgaat. En met het ouder worden, leert hij zijn plaats en gaat de behoefte om een deemoedsplas te doen vanzelf over. |